Deflatie is het omgekeerde van het bekendere inflatie.
Als deflatie zich voordoet dan stijgt de reële waarde van geld. De koopkracht van het geld dat je bezit stijgt dus.
Dat lijkt aangenaam, maar voor de gehele economie is dit meestal niet het geval.
Anders gesteld:
Deflatie is een daling van het algemeen prijsniveau. Door deflatie neemt de reële waarde van het geld toe, met dezelfde hoeveelheid geld kan dus meer worden gekocht.
Er zijn twee soorten deflatie: bestedingsdeflatie (vraagkant) en kostendeflatie (aanbodkant).
Als de algemene vraag naar goederen afneemt, dan kan het prijspeil dalen. Dit komt omdat verkopers hun prijzen zullen verlagen om kopers toch te overhalen om te kopen. Dit is dan bestedingsdeflatie.
Als bedrijven er in slagen om hun kosten te verlagen, kan dit leiden tot lagere verkoopsprijzen. Dat is dan weer kostendeflatie.
Voorbeelden:
Maar deflatie heeft ook nadelige gevolgen voor de economie:
- Geplande bestellingen worden uitgesteld, omdat men verwacht dat die producten op (korte) termijn goedkoper zullen worden. Dit kan een vicieuze cirkel worden als iedereen blijft uitstellen, op die manier blijven de verkopers hun prijzen verlagen tot er kopers opdagen. Hierdoor kan een crisis nog verergerd worden, want als er geen bestellingen binnen komen dan hebben bedrijven grote problemen. Op termijn zullen bedrijven daar door meer mensen ontslaan en wordt de werkloosheid hoger. Bij een hogere werkloosheid stellen mensen belangrijke aankopen langer uit: ofwel omdat ze geen job meer hebben of omdat ze vrezen voor hun job. En zo verder …
- Ook wordt het lenen van geld minder aantrekkelijk. Omdat de waarde van geld toeneemt bij deflatie neemt de reële waarde van schulden ook toe.