Een gids begeleidt een groep Amerikaanse toeristen die Brussel willen bezichtigen. Eerst bezoeken ze het stadhuis, en een Amerikaan schept op: “Mooi stadhuis, maar bij ons zijn de stadhuizen veel groter.” Later bekijken ze een kerk, waar een Amerikaan beweert:”Leuk kerkje, maar die van ons zijn veel groter!” De gids raakt wat ontmoedigd, maar neemt de toeristen toch verder mee de stad in. “Dat is…” begint hij, maar een Amerikaan onderbreekt zijn verhaal en vertelt dat wat het ook is, het bij hun veel groter is. “Dat geloof ik meteen.” zei de gids spottend, “Dat is namelijk het plaatselijke gekkenhuis.” (bron kinderlines.nl)
Dit kinderlijk mopje leert kinderen dat wij Europeanen vaak vinden dat Amerikanen het vaak nogal “groots” zien. Ook als belegger merk je dat er een subtiel verschil is tussen “Amerikaans” gerichte en meer “Europees” gerichte bedrijven. Want hoewel er een verschil is in aanpak zal je net zo goed in Europa bedrijven vinden die Amerikaanser te werk gaan en andersom. Amerikaanse bedrijven hebben namelijk nogal de neiging om de balans en resultaten zo goed mogelijk voor te stellen aan hun aandeelhouders. Zo schrijven Amerikaanse bedrijven vaak hun activa trager af. Zo blijft de winst de komende jaren wat hoger, en kunnen managers hun bonussen beter rechtvaardigen t.o.v. hun aandeelhouders. Bedrijven die meer een Europese inval zullen dan vaker kiezen om zo snel mogelijk af te schrijven. Hier door zijn hun resultaten lager (en ook hun belastingen). Op deze manier bouwen ze vaak verborgen reserves op.
Een voorbeeld:
Bedrijf A koopt een machine in 2010 voor 100 euro. Normaal gezien gaat deze 10 jaar mee, soms 12 jaar. Bedrijfs-economisch zou je dus op 10 jaar afschrijven. Toch kiest A ervoor om op 12 jaar af te schrijven en brengt dus 12 jaar lang 8,33 euro in kosten.
Bedrijf E koopt diezelfde machine, maar schrijft op 5 jaar af. Waarom op 5 jaar? Omdat dat dat de minimumtermijn is van de belastingen. B heeft dus 5 jaar lang 20 euro minder winst.
In 2015 gebruiken zowel bedrijf E als A die machine waarschijnlijk nog wel. Bij E is deze volledig afgeschreven. Toch heeft deze nog een echte waarde maar die komt niet meer voor in de boekhouding. Op die manier is er een verborgen reserve ontstaan.
Bedrijf A heeft dan nog 7 jaar afschrijvingen te gaan. Hier is geen sprake van enige verborgen reserve. Maar de afgelopen jaren lag de winst van A wel hoger dan die van B, dankzij die afschrijvingspolitiek.Merk op: aan de cashflow verandert er helemaal niets. Afschrijven zijn namelijk kosten die je “niets kosten”. Je moet namelijk niemand betalen voor die afschrijvingen, maar zo bouw je wel een reserve op voor vervangende investeringen.
Kortom als belegger doe je je er dus goed aan om te kijken welk bedrijf je voor je hebt. Is het een convervatiever bedrijf dat altijd zeer voorzichtig omspringt en dus liever sneller afschrijft? Of gaat het om bedrijf waar het management trager afschrijft. Waarschijnlijk om de korte termijn winst (en hun bonus) hoog te houden. Natuurlijk moet je geen al te hoge conclusies trekken uit z’n gegeven. Maar het geeft je wel een indicatie over de langere (of kortere) termijn strategie die de bestuurders aanhouden.